Den Haag Beleid Economie en Innovatie en Arbeidmarkt en Innovatie

Vier beleidsaccenten uit de Rijksbegrotingen

september 24, 2026

Wat betekenen deze keuzes voor regio

Meer informatie

Jan Peter van den Toren

Managing Partner

Na het coalitieakkoord van het kabinet Jetten-I op 30 januari van dit jaar zijn op 23 februari de nieuwe bewindslieden van start gegaan. In de maanden daarna hebben ministers op de domeinen economie, onderwijs en arbeidsmarkt veel van hun beleidsvoornemens al toegelicht. De begrotingen van EZ, OCW en SZW bevatten daardoor weinig grote verrassingen. Tegelijkertijd bieden ze wel een overzicht van de keuzes die het kabinet de komende jaren wil maken, uiteraard onder voorbehoud van politieke steun in zowel de Tweede als de Eerste Kamer.

Tegelijkertijd beginnen honderden nieuwe wethouders economie, onderwijs en arbeidsmarkt aan hun bestuursperiode in 342 gemeenten en bereiden de twaalf provincies zich voor op de komende verkiezingen. In ons werk zien we dat de vraagstukken waarvoor regio’s staan vaak sterk overeenkomen met de thema’s die ook in Den Haag centraal staan. De vraag is daarom niet alleen wat het kabinet wil bereiken, maar ook wat deze beleidsrichting betekent voor gemeenten, provincies en regionale samenwerkingsverbanden.

Van kennisontwikkeling naar kennisbenutting

De nieuwe middelen die de begrotingen bieden zijn beperkt in vergelijking met de afgelopen jaren. Tussen 2021 en 2023 kwam via het Nationaal Groeifonds ruim €11 miljard extra beschikbaar voor innovatiebeleid. Een belangrijk deel van die middelen wordt de komende jaren nog steeds uitgegeven.

Tegen die achtergrond zijn de nieuwe investeringen aanzienlijk, maar minder uitzonderlijk van omvang. In de begroting van EZ is jaarlijks €375 miljoen voorzien voor het Nationaal Groeifonds en loopt de bijdrage aan het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) op tot €500 miljoen. OCW verhoogt de uitgaven aan wetenschappelijk onderzoek met oplopend €428 miljoen. Voor de Nationale Investeringsinstelling (NII) is €3,3 miljard beschikbaar, zij het in de vorm van leningen. Voor substantiële nieuwe investeringsprogramma’s lijkt de blik inmiddels vooral gericht op het nieuwe Europese programma voor de periode 2028-2035.

Opvallender dan de omvang van de middelen is echter de richting van het beleid. De afgelopen jaren lag de nadruk sterk op kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie. De begrotingen suggereren dat het kabinet nu meer aandacht wil geven aan de toepassing en verspreiding van kennis binnen de economie. Dat is ook zichtbaar in de nadruk die wordt gelegd op productiviteit. Nieuwe kennis draagt immers pas bij aan economische groei wanneer bedrijven deze kennis weten om te zetten in innovaties of bestaande innovaties daadwerkelijk toepassen op hun werkvloer.

Van sectoren naar strategische waardeketens

Het kabinet kiest er tegelijkertijd voor om innovatiegelden minder breed te verspreiden. Dat heeft deels een financiële achtergrond. De periode waarin omvangrijke fondsen konden worden gevuld onder uitzonderlijk gunstige financieringsomstandigheden ligt achter ons.

Het kabinet wil nieuwe investeringen nadrukkelijk richten op economische activiteiten waarin Nederland internationaal onderscheidend is of kan blijven. Ook wordt gekeken naar technologieën die bijdragen aan een sterke internationale positie van Nederland. Sectoren als semicon en quantum worden daarbij regelmatig genoemd.

Achter deze keuzes gaat ook een bredere economische realiteit schuil. Ruimte, energie en vooral arbeid zijn schaars. Daardoor wordt het steeds belangrijker om niet alleen naar individuele bedrijven of sectoren te kijken, maar naar complete waardeketens waarin bedrijven aan elkaar leveren, samenwerken en innoveren. Innovatiebeleid heeft immers het meeste effect wanneer verschillende schakels in een waardeketen zich gezamenlijk ontwikkelen.

Deze denkwijze is niet nieuw, maar krijgt wel meer gewicht. ROM Nederland heeft de Nationale Technologiestrategie vertaald naar veertien waardeketens. Die bieden op hun beurt houvast om de vier domeinen van Peter Wennink (2025) en de zes groeimarkten uit het Nieuwe Industriebeleid (2025 en 2026) concreter vorm te geven.

Talent en productiviteit als economische en maatschappelijke opgave

Ook op het gebied van talent laten de begrotingen een duidelijke richting zien. In de OCW-begroting voor 2027 wordt €606 miljoen geïnvesteerd in onderwijs. Daarvan bestaat €250 miljoen uit het terugdraaien van eerdere bezuinigingen. Het totale extra bedrag loopt in latere jaren op tot ruim €1,2 miljard.

Deze investeringen staan niet op zichzelf. Zowel in de begrotingen van EZ, SZW als OCW keren de thema’s talent, productiviteit en arbeidsmobiliteit nadrukkelijk terug. Dat is begrijpelijk. De Nederlandse economie krijgt de komende jaren steeds sterker te maken met demografische ontwikkelingen die leiden tot een krappe arbeidsmarkt. Daarbij wordt de vraag niet alleen hoeveel mensen beschikbaar zijn, maar ook hoe productief zij kunnen worden ingezet.

Deze ontwikkeling onderstreept bovendien dat economisch beleid, arbeidsmarktbeleid en sociaal beleid steeds minder los van elkaar kunnen worden gezien. De vraag hoe regio’s omgaan met talent, scholing, arbeidsmobiliteit en participatie raakt niet alleen het sociale domein, maar bepaalt in toenemende mate ook het economisch verdienvermogen van een regio.

In de begrotingen wordt daarom veel aandacht besteed aan Leven Lang Ontwikkelen (LLO), omscholing en mobiliteit naar prioritaire sectoren en beroepen. Werknemers die nieuwe vaardigheden ontwikkelen kunnen hun ervaring uit de ene sector immers ook productief inzetten in een andere sector. Tegelijkertijd weten we dat deze beweging in de praktijk al jarenlang moeizaam verloopt.

Voor regio’s ligt hier een belangrijke opgave. Talentbeleid, arbeidsmarktbeleid en economisch beleid kunnen steeds minder los van elkaar worden gezien. Regio’s die deze domeinen met elkaar verbinden, vergroten niet alleen hun arbeidsmarktkracht, maar ook hun innovatief vermogen en economische weerbaarheid.

Wat betekent dit voor regio's?

De combinatie van kennisbenutting, strategische waardeketens, talentontwikkeling en productiviteitsgroei vraagt om een andere manier van kijken naar regionale ontwikkeling. Voor regio’s wordt het steeds belangrijker om inzicht te hebben in welke bedrijven onderdeel zijn van waardeketens van nationaal en internationaal belang. Meerdere regio’s hebben ons inmiddels gevraagd dergelijke analyses uit te voeren. Wanneer duidelijk is welke bedrijven een sleutelrol vervullen binnen een waardeketen, ontstaat ook de mogelijkheid om gerichter te investeren in samenwerking, kennisdeling en innovatie-ecosystemen.

Daarnaast vraagt de agenda rond productiviteit en talent om een sterkere verbinding tussen economisch en sociaal beleid. In de praktijk zien we dat veel regio’s nog afzonderlijke interventies uitvoeren, terwijl de grootste impact juist ontstaat wanneer verschillende instrumenten met elkaar worden verbonden.

Nog maar weinig regio’s zetten tegelijkertijd in op:

  • waardeketens;
  • startups;
  • opleiden, van werkloos naar werk én van werk naar werk;
  • productiviteitsgroei door startups en actieve ondersteuning van mkb-bedrijven.

Juist in de combinatie van deze interventies ontstaat een regionale strategie die aansluit bij de richting die Den Haag en Brussel kiezen. Regio’s die erin slagen innovatie, arbeidsmarktontwikkeling en economische structuurversterking in samenhang te organiseren, zijn beter gepositioneerd om gebruik te maken van toekomstige nationale en Europese investeringen.

Wij delen de komende periode graag onze ervaringen op dit terrein, tijdens ons webinar of in een persoonlijk gesprek.

Persoonlijk contact

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Vul onderstaande contactgegevens in, dan nemen wij zo snel mogelijk contact met u op.

"*" geeft vereiste velden aan