Meer inzicht in samenwerking tussen werkgevers en opleiders in Amsterdam

In de Amsterdam MBO-Agenda werken de vijf Amsterdamse mbo-instellingen en de gemeente samen aan sterk middelbaar beroepsonderwijs. Onderwijs dat jongeren uitdaagt en goed voorbereidt op de arbeidsmarkt en samenleving van nu en de toekomst. Birch Consultants onderzocht voor de MBO-Agenda wat de belangrijkste knelpunten zijn in de samenwerking tussen het bedrijfsleven en het onderwijs in drie sectoren die van groot belang zijn voor de Amsterdamse economie: administratief-juridische beroepen, handel en creatieve industrie.

Voor het onderzoek interviewden de consultants van Birch 29 Amsterdamse werkgevers die stages of vacatures bieden voor economische of creatieve opleidingen. In de interviews kwamen verschillende onderwerpen aan bod. Denk aan de inhoudelijke aansluiting tussen opleiding en werkveld, en het proces van afstemming. Daarnaast analyseerden de consultants data uit databronnen van Jobfeed en DUO. Dit leverde een gedetailleerd rapport <link> op, waarin Birch elf aanbevelingen doet om de aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs te versterken. We vatten ze hieronder samen in vijf belangrijke punten.

Neem transities als uitgangspunt voor afstemming

Gebruik een grote transitie in Amsterdam als uitgangspunt om werkgevers en onderwijs dichter bij elkaar te brengen. Wat we van bestaande pps’en kunnen leren is dat het bedrijven motiveert en helpt als ze zich richten op één transitie of cross over. De gemeente zou samen met de mbo-instellingen en bedrijfsnetwerken enkele grote transities kunnen benoemen die zullen leiden tot veranderingen in beroepen. Denk aan de groeiende rol van platformen zoals Uber en Airbnb, de opkomst van e-commerce, de digitalisering van administraties en alle koppelingen die burgers en bedrijven maken met overheden.

Organiseer op regionaal niveau strategische overlegtafels

Volgens de werkgevers en onderwijsinstellingen kan de afstemming op regionaal strategisch niveau verbeteren voor de onderzochte opleidingen. Bijvoorbeeld door strategische overlegtafels te organiseren tussen meerdere bedrijven en onderwijsinstellingen in plaats van op het niveau van de individuele onderwijsinstelling, zoals nu vaak gebeurt. Werkgevers vinden de onderwijsinstelling waar de student of aankomend werknemer vandaan komt namelijk minder belangrijk dan de kwaliteiten van die student.

Informeer werkgevers over opleiding en stageverwachtingen

Werkgevers zijn nu vaak slecht op de hoogte van de inhoud van het curriculum en hun rol tijdens de stage. Een oplossing daarvoor zou zijn de werkgevers goed te informeren over de opleiding, maar ook over de verwachte begeleiding. Werkgevers zouden voorbeelden van goede begeleiding met elkaar moeten delen. Hierin kunnen netwerken een rol spelen. Daarbij is het wel belangrijk om werkgevers te prikkelen om hieraan mee te doen: bijvoorbeeld als ze tijdens een netwerkevent kandidaten kunnen werven voor hun bedrijf en als ze contact kunnen komen met nieuwe afnemers of toeleveranciers.

Investeer in eigen en open data en alumni-netwerk

Onderwijsinstellingen kunnen beschikbare databronnen gebruiken om inzicht te krijgen in de eerste stappen van studenten op de arbeidsmarkt. Omdat openbare data van SBB en DUO onvoldoende kwalitatieve en toepasbare data oplevert, is het belangrijk om zelf structureel alumni-onderzoek uit te voeren en eigen databronnen op te bouwen. Daarnaast moeten onderwijsinstellingen beleid ontwikkelen naar aanleiding van deze data. Alumni zijn waardevolle ambassadeurs voor de opleiding. Het merendeel van hen gaat aan de slag bij de werkgevers waar de onderwijsinstellingen hun afstemming mee willen organiseren. Maak daarom gebruik van dit alumni-netwerk om deze werkgevers aan de onderwijsinstellingen te verbinden.

Investeer in de rol van de stagebegeleider

Uit het onderzoek blijkt dat de stagebegeleider een cruciale verbinder is tussen het werkveld en de onderwijsinstelling. De ideale stagebegeleider is goed in relatiebeheer, spreekt de taal van de werkgever, behartigt zijn belangen en kan netwerken ontwikkelen. Hij kent het werkveld waarvoor hij verantwoordelijk is door en door en komt bij voorkeur ook uit het werkveld. Deze persoon is meer dan de helft van zijn tijd buiten de onderwijsinstelling aan de slag en heeft de vaardigheid om de signalen van de werkgevers op een goede manier bij de opleiding te laten landen. Stagebegeleiders zijn op dit moment meestal minder vaak bij bedrijven aanwezig. Ze ervaren soms spanning tussen enerzijds de verwachtingen van de onderwijsinstelling en anderzijds de verwachtingen van bedrijven.

Wil je meer lezen over het onderzoek van Birch voor de Amsterdamse MBO-agenda? Het onderzoeksrapport is samengevat in een korte factsheet.