Blog: Wisselende contacten

Door: Chris Eveleens, Associate bij Birch

In lijn met het adagium ‘kennis, kunde, kassa’ zien we graag dat academici besluiten te ondernemen. Toegerust met de laatste inzichten en nieuwste technologieën trekken onderzoekers en afgestudeerde studenten de wereld in om maatschappelijke problemen op te lossen en geld te verdienen voor de BV Nederland. De nodige subsidie-programma’s helpen ze door “de vallei des doods” en adviseurs helpen met het navigeren in strategische keuzes en regelgeving. Zo gezegd, zo gedaan, toch?

De rol van netwerkintermediairs is allesbepalend

Niet helemaal. Volgens nieuw onderzoek naar de netwerken van academische ondernemers is juist de rol van zogenaamde netwerkintermediairs allesbepalend. Dit zijn niet-academici die de ondernemers in het begin verbinden met de wereld buiten de universiteit. Om inzicht te krijgen in het start-up proces, interviewde een Amerikaanse onderzoeker bijna 80 academische ondernemers uit de staat New York.

Wat blijkt is dat de netwerken van academische ondernemers zich op een karakteristieke manier ontwikkelen. In de beginfase zijn vooral collega’s en master-studenten van belang. Die ondersteunen bij onderzoek of worden co-founder. Daarnaast zijn niet-academische adviseurs van belang (bijvoorbeeld van technologie transfer afdelingen en incubators). Deze geven advies over IP en regelgeving, maar blijken bovenal cruciaal als netwerk-intermediairs. Ze vormen de brug naar zakenmensen, investeerders, niet-academici en onderzoekers en klanten.

In de tweede fase van de start-up zijn het deze nieuw-opgedane contacten die het netwerk domineren. Ze adviseren de academische ondernemer over commercialisatie, management, en financiering. Ondertussen vervagen de relaties met de ex-collega’s van de universiteit.

Relaties met academici vervangen de netwerk-intermediairs

In de derde fase is het contact met ex-collega’s doorgaans verbroken. Ook de contacten met de netwerk-intermediairs zijn inmiddels vervaagd. Het netwerk bestaat overwegend uit consultants, private onderzoekers, managers en investeerders. Opvallend genoeg ontwikkelen veel van de ondernemers nu juist relaties met academici van andere universiteiten voor nieuwe ideeën.

Het ‘uitvliegen’ van academische ondernemers gaat dus gepaard met het continue opdoen en vervagen van professionele relaties. De relaties met incubators en technologie transfer afdelingen zijn cruciaal, maar tijdelijk. Zodra de academische ondernemer haar netwerk ‘ont-wetenschappelijk’ heeft, vervagen ook deze relaties. Dat kan jammer zijn voor bijvoorbeeld een incubator, die juist veel heeft aan het alumni-netwerk van startups. Maar het uitvliegen hoort bij het volwassen worden.

Deze blog verscheen eerder als column in het Financieele Dagblad