Blog: Reactie op het Strategisch Actieplan AI

Bas van der Starre & Daphne den Hollander

Het moment is eindelijk gekomen, de Nederlandse overheid publiceerde vorige week een Strategisch Actieplan AI (oftewel SAPAI) op het gebied van kunstmatige intelligentie, oftewel Artificial Intelligence (AI). Daarmee Nederland aan bij de lange lijst landen die inmiddels al enige tijd een nationale strategie hebben, zoals Frankrijk, Duitsland, Finland, Singapore, Zuid-Korea, Het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Canada, België en nog vele anderen. Birch heeft het afgelopen half jaar veel onderzoek- en advieswerk gedaan rondom de (publieke) waarde van AI in Nederlandse regio’s en dus leek het ons interessant om kritisch te kijken naar het voorgestelde SAPAI.

Iedereen heeft het over AI als een technologie die onze economie en maatschappij ingrijpend gaat veranderen. Hoe dat precies gaat uitpakken, daar zijn de meningen meer over verdeeld. Voor een mooi overzicht van de fundamentele principes achter AI (technologie) bevelen we een stuk van De Correspondent aan. Vast staat dat er nog allerlei ontwikkelingen op dit gebied mogelijk zijn.

De overheid stelt in haar plan dat AI (technologie) in verschillende maatschappelijke uitdagingen een hogere prioriteit zou moet krijgen. Daarmee verbindt de overheid deze strategie met haar ideeën over missiegedreven innovatiebeleid. In dit beleid daagt de overheid bedrijven en kennisinstellingen uit om missies te voltooien die samenhangen met de grote problemen van deze tijd, zoals klimaatverandering en veiligheid. Dit is op zichzelf een krachtig idee, zeker omdat er vrijheid is in het soort oplossingen dat bedacht kan worden. Het beleid kan vanuit deze optiek zodoende innovatie stimuleren én zich richten op maatschappelijke waarde. Het SAPAI ziet AI als één van de ‘sleuteltechnologieën’ en derhalve zou deze technologie een grotere rol moeten krijgen in het helpen oplossen van allerlei maatschappelijke uitdagingen.

Daarvoor is ‘intensieve publiek private samenwerking’ voor nodig, zegt het kabinet. Het is positief dat het SAPAI de roep om zich te organiseren, binnen kennisinstellingen, tussen kennisinstellingen, en tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven, heeft versneld en versterkt. Er zitten zeer sterke AI clusters op deelonderwerpen bij Nederlands kennisinstellingen en het bedrijfsleven, wat elkaar beter moet kunnen vinden om nieuwe kansen te creëren voor de toekomst, juist in de ‘ratrace’ die nu mondiaal gaande is.

Maar, wie gaat betalen voor deze ontwikkelingen? Onder het SAPAI is een Nationale AI Coalitie ontstaan van bedrijven en kennisinstellingen die invulling kunnen geven aan de voorgestelde strategie. Daarmee is een deel van de slagkracht gevonden en georganiseerd om AI een stevige plek geven in het innovatiebeleid, alleen de middelen ervoor zijn nog niet gereserveerd. De Nationale AI coalitie kwam al eerder met een position paper, waarin onder andere gevraagd wordt om een budget van 1 Miljard Euro van de overheid, verdeeld over 7 jaar, om in de ‘global ratrace’ rondom de ontwikkeling van AI te blijven. Maar concrete toezeggingen over investeringen in AI, schitteren in het Actieplan van het kabinet door afwezigheid.

De genoemde investeringen zijn ofwel kleinschalig ofwel bedoeld als generiek instrument voor het stimuleren van innovatie en ondernemerschap. Ander geld moet uit de nieuwe lichting Kennis en Innovatie Agenda’s komen, waar financiële commitment bij hoort van de bestaande topsectoren. Dit is dus geen nieuw budget. In feite betekent het dat de topsectoren, waar tot nu toe de meeste innovatiegelden naar toe gingen, zich moeten herorganiseren onder de nieuwe missies en het geld opnieuw moeten herverdelen. Omdat AI aangemerkt is als sleuteltechnologie zullen deze partijen zich daarop moeten profileren om in die routes aanspraak te maken op geld. De vraag is of ze daar klaar voor zijn. En als dat zo is, hoe wordt dan bepaald welke projecten prioriteit krijgen? Als TKI Gas en TKI Wind op Zee beiden een goed voorstel doen voor AI oplossingen op het gebied van klimaatverandering, wie krijgt dan het geld en om welke redenen? Zijn economische argumenten doorslaggevend, of staat de missie voorop? Het Actieplan geeft hierop vooralsnog geen antwoord.

Met alleen een herverdeling van geld kan deze nieuwe technologie niet genoeg gestimuleerd worden en verliest Nederland de technologische voorsprong op andere landen. Birch maakte eerder dit overzicht, geordend naar investering per hoofd van de bevolking:

Zelfs al zou Nederland nu een onderzoeksbudget vrijmaken van 50 Miljoen Euro over vijf jaar, dan nog staan we ver onderaan de ranglijst van investeringen. Een serieus vijfjarig investeringsprogramma gebaseerd op het Europees gemiddelde begint bij 340 Miljoen Euro over vijf jaar, maar als Nederland een leidende positie wilt innemen zal zelfs 750 Miljoen euro over vijf jaar moeten worden geïnvesteerd. Dit is precies de reden waarom er 1 Miljard euro wordt gevraagd door de AI Coalitie van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen. De urgentie is immers hoog.

Ook positief is dat het SAPAI de beschikbaarheid van data hoog op de agenda zet. Ondanks de Big Data hype die sinds 2011 is opgekomen zijn nog lang niet alle (grote) bedrijven bezig met het verbeteren van hun data-infrastructuur. Daarmee missen veel bedrijven essentiële input voor AI, wat een cruciale reden is waarom bedrijven nog niet in hoog tempo nieuwe AI toepassingen implementeren, betoogde Otto Raspe onlangs scherp. Alle plannen voor betere deelbaarheid van data lijken zich echter nog in de verkennende fase te bevinden, en met dit Actieplan gaat hier hopelijk ook versnelling optreden.

Met alleen geld en data is ons innovatie-potentieel echter nog niet veiliggesteld. Er ontbreken ook mensen die intelligent met deze nieuwe vloed aan data kunnen omspringen. De afwezigheid van geschikt personeel is een belangrijke belemmering voor de adoptie en implementatie van nieuwe technologie. Er is een wereldwijde ‘war on talent’ uitgebroken om getalenteerde afgestudeerden en PhD’s in AI en Data Science aan te trekken. Op dit moment zijn het vooral de grote Amerikaanse techgiganten die tegen absurde salarissen nieuw talent voor zich weten te winnen. En precies dit menselijk kapitaal is nodig voor de innovatiekracht van Nederland. Het is goed dat het SAPAI hierop speciale aandacht vestigt, maar ook hier zijn de interventies voornamelijk generiek (zoals het persoonlijk leerbudget) en is er geen AI-specifieke aanpak. Het risico is dat het ‘too little, too late’ zal zijn…

In een door de Coalitie gepubliceerde Actieagenda onder het SAPAI worden gelukkig veel bovengenoemde uitdagingen concreet gemaakt. De Coalitie gaat zwaar inzetten op de ontwikkeling van Human Capital; het behouden van talent voor Research en Innovatie en het delen van data op een veilige manier. Er worden ook al toepassingsgebieden genoemd die aansluiten op de missies, met uitwerkingen voor Energie en Veiligheid. Er is een groot samenwerkingsverband ontstaan dat concrete doelen heeft en al een groot aantal eerste concrete projecten is gestart (zoals bijvoorbeeld AI-innovatie pilots bij de overheid). Zelf zal de Coalitie daar 1 Miljard in steken, ongeacht wat het Rijk besluit, maar één en ander is afhankelijk van welke projecten zich aandienen. Die 1 Miljard euro is dus nog niet geoormerkt voor projecten en het is ook nog niet duidelijk hoe dit geld verdeeld wordt over de ambities van de Coalitie. En het zou de Coalitie natuurlijk een enorme boost geven wanneer het Rijk besluit om deze inspanningen te matchen met extra middelen.

Desalniettemin is de Nederlandse overheid, ondanks mooie woorden in het SAPAI, er nog niet in geslaagd een concreet plan neer te leggen en tegelijkertijd lijkt het een herverdeling van al bestaand innovatiebeleid. De indruk wordt gewekt dat (de potentie van) AI nog te weinig bekend is bij de overheid om er al zinnig beleid op vorm te geven. Dit is niet vreemd bij snel ontwikkelende technologieën: het is vaak onvermijdelijk dat beleid achter de feiten aanloopt. Maar het legt wel een leidend principe bloot dat de overheid kan hanteren om sneller en effectiever op te treden: experimenteer met nieuwe AI technologie in het eigen proces. Uiteraard moet dit toetsbaar en verantwoord gebeuren. Maar hoe eerder de overheid zelf kennis en kunde op doet, hoe beter ze in staat is dit technologieveld goed en eerlijk te reguleren en te stimuleren. En dit biedt Nederland een goede basis om op een aantal fronten wereldleider te worden of te blijven.