Blog – Lessen uit de vorige crisis: wat kunnen regio’s verwachten in én na de coronacrisis?

De Nederlandse economie zit in een crisis. Retail en toerisme vangen nu de hardste klappen op, maar straks gaat waarschijnlijk ook een schokgolf door andere sectoren, zoals de bouw en industrie. Over de uiteindelijke effecten kunnen we alleen maar gissen. In deze blog halen we inzichten op door terúg te kijken naar de financiële crisis van 2008.

Door: Elmar Cloosterman en Jan Peter van den Toren

Het effect van de financiële crisis op de regio’s in Nederland verschilt sterkt. Dat valt vooral op als we terugkijken naar 2008 en het herstel daarna. Tussen regio’s liep de groei van de economie uiteen van -14% tot +13% procent tussen 2008 en 2014. Over een langere periode – van 2008 tot 2018 – is dat verschil nóg groter. Van -14% en -12% in IJmond en Zuidoost Drenthe tot 38% in Zuidoost Brabant en zelfs 43% in Groot-Amsterdam. Die variatie wordt ook goed zichtbaar in onderstaand figuur. Daarin zijn de Nederlandse regio’s geplot aan de hand van hun gevoeligheid voor de economische schok, weergegeven op de horizontale as. De verticale as staat voor hun kracht om te herstellen tussen 2009 en 2014. De bol geeft de grootte van de regio aan in bruto regionaal product.

Schok- en herstelsensitiviteit van regio’s in Nederland, uitgedrukt in de afwijking van de gemiddelde groei of krimp in Nederland. De cijfers zijn geordend naar omvang van de economie. De kleuren geven aan in welke categorie de regio’s zitten: paars (prospering), blauw (shock-resistant), oranje (non-resilient) of groen (resilient-transforming).

Van krimp tot groei

Een eerste blik op deze verdeling toont nog weinig harde patronen. Zo zien we linksonder dat shock-resistant regio’s geen scherp economisch profiel hebben. De vier randstedelijke agglomeraties en de vijf krimpregio’s zijn bijvoorbeeld verspreid over drie kwadranten. We zien verder dat regio’s die sterk terugvallen veel vrije productiecapaciteit en human capital hebben, die kunnen dus technisch gezien weer snel terugveren. Dat doen de resilient-transforming regio’s rechtsboven. De regio Zuidoost Noord-Brabant (Brainport) is in deze categorie een grote regio, gevolgd door meerdere kleinere geprofileerde regio’s. De twee meest non-resilient regio’s rechtsonder, Zuidoost Drenthe en IJmond, hebben op het eerste gezicht ook zo’n sterk industrieel profiel. De mogelijke verklaringen voor gevoeligheid voor een economische schok en herstel hebben we daarom nader onderzocht.

 

Ingrediënten voor veerkracht

Er zijn meerdere redenen voor het verschil in veerkracht van regio’s. De eerste is dat een regio er baat bij heeft om te leunen op diverse industrieën. Puur omdat iedere sector anders reageert op economische conjunctuur. Diversificatie dempt de val. Maar het trekt een economie niet per se sneller uit het dal. Dáár zijn andere redenen voor. Uit de literatuur zijn verschillende andere factoren te halen die de veerkracht van een regio lijken te vergroten. De eerste zijn (hightech) clusters en intersectorale samenwerking, kennisintensieve activiteit, kennisoverdracht en innovatie. Andere belangrijke bronnen voor veerkracht zijn een goed ontwikkelde infrastructuur, een sterk onderwijssysteem, sterk ontwikkeld human capital, een hoge mate van ondernemerschap en genoeg beschikbare financiële middelen.

 

Ondernemerschap voorop

In de opsomming hierboven was je misschien al opgevallen dat al die factoren één ding gemeen hebben: het entrepeneurial ecosystem. In het Nederlands: het ondernemende ecosysteem. Een term geïntroduceerd door Daniel Isenberg in 2010, maar sinds 2014 ook wijdverspreid gebruikt in Nederland (Stam, 2014). We verstaan daaronder de mogelijkheid van een regio om ondernemerschap te stimuleren en aan te trekken. Is het ondernemende ecosysteem sterk, dan is een regio ook veerkrachtiger. Dit komt vooral doordat in zo’n regio productief ondernemerschap goed vertegenwoordigd is. Dit houdt in dat het, dankzij de aanwezigheid van genoeg (hoog)opgeleiden, gebruikmaakt van de laatste kennis én in staat is research & development te vertalen naar nieuwe producten en diensten.

 

Klappen en opkrabbelen

Wat betekent dit allemaal in de huidige crisis? Dat tijdens de crisis de val voor de ene regio harder is dan de ander door de sectorcompositie. Mogelijk krijgen regio’s ook te maken met verschillende beperkingen door de nationale of regionale overheden. Verder zullen (internationale) markten die wegvallen verschillende effecten hebben op regio’s. Kortom, de ene regio zal meer klappen te verduren krijgen dan andere. De effecten op de arbeidsmarkt zullen in ieder geval gevoeld worden.

 

Triple helix in actie

Toch hoeven regio’s die hard geraakt worden niet te wanhopen. We weten uit de afgelopen jaren dat er veel interventies beschikbaar zijn om een ecosysteem te versterken om wendbaar uit een crisis te komen. Dat zijn vaak regio’s waar productief ondernemerschap hoogtij viert. Die regio’s grijpen hun kans om zich te transformeren, de productiviteit te verhogen en oplossingen te vinden voor maatschappelijke uitdagingen op het gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid, vergrijzing, gezondheid en digitalisering. Bij Birch weten we dat dit regio’s zijn met een sterke triple helix: samenwerking tussen bedrijven, overheid en kennisinstellingen. Daarom zijn de komende jaren een uniek laboratorium voor regio’s om sterker uit de crisis te komen.

 

In de lift

Benieuwd hoe jouw regio de uitdagingen van de crisis het best te lijf kan gaan binnen de triple helix van bedrijven, kennisinstellingen en overheid? Stuur een mail naar: janpeter.vandentoren@birch.nl of elmar.cloosterman@birch.nl