Banenmakers delen kennis op inspiratiesessie

Banenmakers vanuit het hele land kwamen maandag 22 januari bij elkaar om lessen en ervaringen uit te wisselen. Birch organiseerde de eerste inspiratiesessie van het project De Banenmakers als opmaat naar het platform waarop de best practices komen te staan van Banenmakers die mensen aan het werk helpen. “Het scheelt als we niet allemaal zelf het wiel hoeven uit te vinden.”

In onderzoeksproject De Banenmakers onderzoekt Birch innovatieve instrumenten en methodes die werkgevers inzetten om arbeidsmobiliteit te bevorderen. De term Banenmakers verwijst hierbij naar de bedrijven of netwerken van bedrijven die voorbij gaan aan traditionele manieren van arbeidsbemiddeling. Bijvoorbeeld door zelf actief banen te creëren, of te behouden, of op een creatieve manier werknemers of werkzoekenden uit te wisselen.

Banen maken kan door de krachten te bundelen…

Er zijn verschillende manieren om dat te doen, blijkt uit de variëteit van deelnemers aan de inspiratiebijeenkomst in de Moestuin in Utrecht. Zo zijn er werkgeversnetwerken, waarin ondernemers nadenken over werk-naar-werk-oplossingen. Het Veluweportaal is zo’n netwerk. Zo’n 80 werkgevers in de regio Veluwe, Zeewolde en Nijkerk zijn hierbij aangesloten. Ingeborg Lups, voor het Veluweportaal actief als coördinator, vertelt wat het Veluweportaal omhelst: “Als stichting op het gebied van human resource management ondersteunen wij aangesloten werkgevers op het gebied van arbeidsmobiliteit, duurzame inzetbaarheid en HR-vraagstukken. Een van de dingen waar wij ons mee bezig houden, is herplaatsing van boventallig personeel.” In mobiliteitsnetwerk Noord Nederland hebben 16 bedrijven in de food en procesindustrie zich verenigd om arbeidsmarktvraagstukken op te pakken. “Door de krachten te bundelen kunnen we oplossingen bedenken die bedrijfsoverstijgend zijn”, legt Anneke Post uit. “Dat helpt zowel de bedrijven als de werkzoekenden en oudere werknemers.”

…vanuit een sociale insteek…

Andere initiatieven kiezen voor een sociale insteek: De Normaalste Zaak, een netwerk van werkgevers die open staan voor de kansen en mogelijkheden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, is daar een voorbeeld van. “Bij ons zijn nu ongeveer 500 MKB’ers aangesloten die willen dat mensen met een arbeidsbeperking volwaardig deel uitmaken van hun bedrijf”, licht Marieke Mulder, regiocoördinator bij de Normaalste Zaak toe. Een ander voorbeeld is de Social impact Factory; een stichting die streeft naar een samenleving waarin in principe iedereen wordt opgenomen in het arbeidsproces. “We hebben bijvoorbeeld goede resultaten geboekt in het begeleiden van statushouders naar werk en we zijn betrokken bij verschillende projecten rondom dit thema”, vertelt Daphne van Rhee, die bij de stichting werkt als Community Manager.

… of een insteek gericht op scholing

Andere initiatieven zijn meer gericht op opleiding of omscholing van mensen, zoals B. Startup School Amsterdam (BSSA). Dit initiatief richt zich op hoger opgeleide jongeren, die er de juiste vaardigheden kunnen opdoen om aan de slag te gaan bij een start-up. Mats Siffels legt uit waarom dat nodig is: “Er is een skills gap tussen de jongeren die net van school komen en de werknemers waar start ups behoefte aan hebben.” Het bedrijf Playtowork pakt het weer anders aan, vertelt Jaap Schoeman: “In plaats van naar het diploma dat mensen hebben gehaald, kijken we naar hun persoonlijkheid. Met behulp van Serious Gaming brengen we persoonlijkheidskenmerken in kaart van MBO-afgestudeerden. Daarmee spelen we in op de toenemende behoefte bij bedrijven aan mbo’ers met specifieke competenties.”

Een andere manier om slim om te gaan met menselijk kapitaal is het vormen van netwerken of platforms. Een initiatief als Jobsurfing faciliteert dit. Werkgevers die op dit platform zijn aangesloten, kunnen onderling personeel uitwisselen. Frank Brand somt op wat daarvan de voordelen zijn: “Bijvoorbeeld dat je ontslag van boventallig personeel kunt voorkomen, of dat vaste werknemers nieuwe uitdagingen kunnen aangaan door, al dan niet tijdelijk, van plek te wisselen.”

De eerste initiatieven heeft Birch al onderzocht, vertelt Leonie Oosterwaal, die tijdens de inspiratiesessie een inkijkje gaf in de eerste bevindingen. “In totaal onderzoeken we 40 cases om de rode draden te ontdekken, het netwerk in beeld te brengen en te zien wat we van elkaar kunnen leren.”

Samenwerken om verder te komen

Te leren valt er nog genoeg op het onontgonnen terrein waarop de Banenmakers zich begeven, zo blijkt tijdens de ‘inhoudelijke tafels’; in deelgroepen bespreken de aanwezigen stellingen als ‘Ik vermijd samenwerking met publieke instellingen’ en ‘Zelfregie van werknemers is een belangrijke factor in het organiseren van transities’. Een van de punten waar meerdere aanwezigen tegenaan lopen, is dat het lastig blijft om de juiste kandidaten te vinden om vacatures te vervullen. Zeker nu de markt weer krapper en schaarser wordt. Is dat iets waar de initiatieven elkaar bij kunnen helpen? Enkele suggesties passeren de revue, zoals “Probeer de doelgroep op een andere manier te bereiken”, zo vat Bas van der Starre de discussie samen die aan zijn tafel werd gevoerd. “Het kan helpen door naar de plekken te gaan waar de doelgroep zich bevindt. Probeer het eens op de sportschool, of het buurthuis.”

Niet overal wordt direct een oplossing voor gevonden, maar de deelnemers spreken af met elkaar in contact te blijven om ervaringen te kunnen uitwisselen. “Het scheelt als we niet allemaal zelf het wiel hoeven uit te vinden”, vindt Anneke Post, van Mobiliteitsnetwerk Noord-Nederland. “Zo kunnen we bekijken hoe we kunnen gebruiken wat anderen al hebben uitgevonden. En door mensen te ontmoeten en naar hun verhalen te luisteren, borrelen er ook in je eigen hoofd direct allerlei nieuwe ideeën op, die je dan weer kunt uitwisselen.” De deelnemers spreken af om bij de volgende bijeenkomst vooraf in te sturen welke vraag ze hebben en welke vraag ze kunnen beantwoorden, om zo gerichter kennis uit te kunnen wisselen en elkaar te helpen verder te komen.

De eerstvolgende bijeenkomst voor Banenmakers wordt gehouden in maart. Ook deelnemen? Meld je aan via anouck.gielisse@birch.nl

 

Inzicht in arbeidsmarktmobiliteit: HR-sessie in de Rotterdamse Haven

Hoe kunnen we inspelen op de vraagstukken van vandaag en uitdagingen voor de toekomst? Dat was de vraag die eind 2017 centraal stond op de interactieve HR-sessie van Deltalinqs, het Havenbedrijf Rotterdam en de Gemeente Rotterdam. Birch-adviseur Bas van der Starre presenteerde hier de eerste uitkomsten van zijn onderzoek naar arbeidsmarktmobiliteit in het petrochemisch cluster.

Het werk in de haven verandert als gevolg van ontwikkelingen op gebied van digitalisering, automatisering, energie en duurzaamheid. Samen denken de ondernemersvereniging Deltalinqs, het Havenbedrijf Rotterdam en de Gemeente Rotterdam na over de vraag hoe zij kunnen inspelen op deze veranderingen.

Onderzoek naar de gevolgen van afnemende werkgelegenheid

Eind 2017 nodigden de drie organisaties voor een gezamenlijke HR-sessie experts uit op het gebied van arbeidsmarkt en arbeidsmobiliteit om hun kennis te delen met de bedrijven uit de haven. Van der Starre was gevraagd om zijn onderzoek ‘Transities in de haven’ toe te lichten. Hiervoor onderzocht hij wat de gevolgen van afnemende werkgelegenheid in de haven zouden zijn voor technici die nu in het petrochemisch cluster werken. Vinden zij makkelijk een andere baan? “Op papier is dat zeker mogelijk”, zegt Bas van der Starre. “In principe is er veel vraag naar mensen voor soortgelijke functies in andere sectoren.”

 

Lees het volledige rapport Transities in de haven.

 

Analyse van kansen op de arbeidsmarkt

Aan de andere kant legt hij ook karakteristieken bloot die een hindernis kunnen vormen bij een overstap naar een andere sector: “Een voorbeeld is dat deze medewerkers in meerderheid man zijn, opgeleid tot minimaal MBO4 niveau, ouder dan 45 jaar en zij werken veel in ploegendiensten. Dat zijn allemaal indicaties dat de salarissen voor technici in de petrochemie relatief hoger liggen dan voor technici in andere sectoren.”

Het rapport ‘Transities in de haven’ bevat een uitgebreide analyse van de kansen op de arbeidsmarkt voor technici in het Havengebied. Het definitieve rapport verschijnt naar verwachting in het voorjaar van 2018.

Blog: Tijd voor disruptie op het terrein van arbeidsmarktinformatie

Door: Leonie Oosterwaal, adviseur bij Birch

Voor het uitkiezen van een energieaanbieder zijn er vergelijkingssites. Ingewikkelder wordt de keuze al voor wie bijvoorbeeld een vakantiehuisje zoekt: er zijn tal van aanbieders, het aanbod komt niet bijeen op één plek, je voorkeuren zijn wellicht niet altijd expliciet en uiteindelijk kies je op gevoel. Voor een vakantiehuisje is het niet zo erg als het een beetje tegenvalt, volgende keer beter. Voor een baan ligt dat anders.

Op de arbeidsmarkt ga je, in de meeste gevallen, een langdurige verbinding met elkaar aan die contractueel wordt vastgelegd. Die keuze moet zo goed mogelijk zijn. Maar voor zowel werkgevers als werknemers is de arbeidsmarkt moeilijk te doorgronden, en met weinig transparantie. Het is toch gek, dat daar de informatievoorziening nog niet goed geregeld is en het voor werkgevers en werknemers aanvoelt als een loterij met hopelijk aan het einde een grote prijs?

Labour market intelligence op basis van big data

Het is hoog tijd voor disruptie op het terrein van arbeidsmarktinformatie.  Hoe mooi zou het zijn als werkzoekenden het bericht krijgen ”met jouw kennis, ervaring en voorkeuren geeft een deze baan 90% kans op een succesvolle match en duurzaam dienstverband.” Of een werkgever krijgt het bericht “Voor deze functie zijn 5 kandidaten in uw regio beschikbaar. 27 andere werkgevers hebben ook een vacature openstaan voor deze functie.” Dan heb je het niet langer over statische arbeidsmarktinformatie, maar over Labour market intelligence op basis van big data.

Dit is mogelijk, misschien zelfs nu al, maar in ieder geval in de nabije toekomst. Met het gebruik van big data over stromen op de arbeidsmarkt, profielen van kandidaten, zowel actief zoekend als passief en ontwikkelingen bij bedrijven is het mogelijk om actoren op de arbeidsmarkt actief te informeren over hun positie en krijgen zij handelingsperspectief aangeboden om te komen tot succesvollere transities. Er zijn een aantal partijen die grote hoeveelheden relevante big data bezitten, bijvoorbeeld LinkedIn, Facebook maar ook Google. Of bijvoorbeeld Randstad, die gegevens heeft over loopbanen van miljoenen flexkrachten en gedetacheerden. Maar ook UWV bezit een schat aan waardevolle big data over werkzoekenden en alle werkenden in Nederland.

Arbeidsmarkt big data

Het is nog niet zo zichtbaar maar op allerlei plekken wordt ervaring opgedaan met arbeidsmarkt big data en het gebruik van de nieuwste digitale technieken. In veel gevallen bij start-ups, al dan niet onder de vleugels van een gevestigde partij.

Veel arbeidsmarktinformatie is online al te vinden. Met dashboards is het mogelijk verschillende bronnen te combineren of zelf informatie te selecteren. Voor de gebruiker is het echter nog steeds een uitdaging om de gegevens te interpreteren en te kijken welke ontwikkeling voor hem relevant is. En dat is nog niet makkelijk. Ik ken weinig werkzoekenden of werkgevers die op een onbewaakt ogenblik zo’n dashboard induiken om te weten te komen waar voor hen kansen liggen op de arbeidsmarkt. In ons DWSRA-project Talent Gekend doen we samen met MKB Den Haag, ICP, Lift en de gemeente Den Haag ervaring op over nieuwe vormen van arbeidsmarktinformatie.

Op naar intelligente arbeidsmarktinformatie

Om van arbeidsmarktinformatie voor iedereen bruikbare Labour market intelligence te maken zou de informatie aan een aantal voorwaarden moeten voldoen:

  1. De informatie moet actueel zijn, liefst zelfs real-time. Hoe actueler de informatie des te scherper is het plaatje van ontwikkelingen op dit moment.
  2. De informatie moet verrijkt zijn met andere informatiebronnen. Door slimme combinaties te maken met voor de hand liggende, of misschien minder voor de hand liggende, bronnen voegen waarde toe.
  3. De informatie moet gericht zijn op de toekomst. De data vertellen niet alleen wat er in het verleden is gebeurd, maar geven een prognose voor de toekomst op basis van de kennis uit het verleden.
  4. De informatie moet op maat gesneden zijn, dus specifiek van toepassing op het individu, de werkgever, de kennisinstelling of de overheidsorganisatie die het betreft. Geen generieke informatie die nog geïnterpreteerd moet worden, maar informatie die aansluit bij de situatie waarin de gebruiker zich op dat moment in bevindt.
  5. Bied de informatie actief aan de actoren aan. Informeer de actoren via pushberichten als er iets in de situatie op de arbeidsmarkt verandert als dat voor hen relevant is.
  6. Gericht op het bieden van handelingsperspectief. De informatie is gericht op een vraagstuk bij de gebruiker en zet aan tot handelen.

Onze uitgebreide visie op dit onderwerp lees je in dit White paper arbeidsmarktinformatie.

De overheid zou zich moeten beraden op de positie die het daarin wil innemen. Zij beschikt in ieder geval over grote hoeveelheden data die de arbeidsmarkt wellicht beter kan laten functioneren. Op zijn minst zou er nagegaan moeten worden wat de mogelijkheden zijn. Organiseer een hackathon en ontdek wat kansen en mogelijkheden zijn. Birch doet sowieso mee!

Birch draagt bij aan ontwikkeling Veiligheidsacademie

Birch start in november als projectmanager van het Mixed Reality Lab van de Veiligheidsacademie bij MBO Landstede. Doel daarvan is dat studenten in het veiligheidsdomein de mogelijkheid krijgen om te leren in een onvoorspelbare, dynamische en realistische omgeving.

Veiligheidsacademie

De Veiligheidsacademie in Harderwijk is een van de 9 projecten waaraan het Regionaal Investeringsfonds (RIF) subsidie heeft verleend in haar meest recente indieningsronde (juni 2017). De subsidie is bedoeld om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren. Deze Veiligheidsacademie ontwikkelt Landstede in Harderwijk met 18 partners. Daarin werken opleiders, bedrijfsleven, overheid en werkgevers samen om opleidingskwaliteit, duurzame inzetbaarheid van professionals en aanpak van complexe veiligheidsvraagstukken succesvol op te pakken.

Mixed Reality trainings- en examineerlab

Onderdeel daarvan is de ontwikkeling van het Mixed Reality trainings- en examineerlab. Birch is gevraagd dit lab samen met o.a. de Koninklijke Landmacht, MR specialist Bright Alley en Stichting Praktijkleren te ontwerpen. Dit laboratorium onderzoekt manieren om Virtual Reality, Augmented Reality  en Mixed Reality scenario’s in het onderwijs op te nemen. Met mixed reality in het onderwijs kunnen studenten in het veiligheidsdomein ervaringen opdoen in een onvoorspelbare, dynamische en realistische omgeving.

Dagblad De Stentor was bij de opening van de Veiligheidsacademie en publiceerde daarover het artikel ‘Landstede laat studenten veiligheid leren in een virtuele wereld’.

Regionale ecosystemen: ‘Rol openbaar bestuur is essentieel’

Een duidelijke visie, parallelle belangen, gedeelde ambities en een gemeenschappelijk draagvlak; het zijn de belangrijkste ingrediënten voor een succesvolle Triple Helix-samenwerking. Dat bleek op 22 september tijdens de vierde editie van de Entrepreneurial Ecosystem Academy (EE A). Deze keer werd de EE A gecombineerd met het leer- en inspiratietraject Ecosysteem voor MKB-innovatie van het stedennetwerk G32 en Platform 31. Birch en de Universiteit Utrecht presenteerden de uitkomsten van gezamenlijk onderzoek naar de rol van het openbaar bestuur in entrepreneurial ecosystemen. “Essentieel is vaak het aanwakkeren van ondernemerschap en het organiseren van samenwerkingen.”


Een betere plaats dan het World Food Center in Ede is eigenlijk niet denkbaar voor een Entrepreneurial Ecosystem Academy met als thema de rol van het openbaar bestuur in entrepreneurial ecosystems. Midden in FoodValley, het samenwerkingsverband van acht gemeenten en regionale kennisinstellingen en bedrijven. Met elkaar hebben zij zich sterk gemaakt om van de regio een innovatief centrum op het gebied van gezonde en duurzame voeding te maken. De regio is succesvol in deze Triple Helix-samenwerking en vormt daarmee een aansprekend voorbeeld voor andere kennisinstellingen, overheden en bedrijven die werken aan een onderscheidend regionaal ecosysteem.

Triple Helix-samenwerking

Wat kan het openbaar bestuur bijdragen om dergelijke Triple Helix-samenwerkingen succesvol te maken? Met de Universiteit Utrecht onderzocht Birch deze rol in ecosystemen op basis van casestudies in Zuidoost-Brabant, Noordoost-Friesland, Zuid-Limburg en Utrecht. De uitkomsten, vastgelegd in het rapport Openbaar bestuur in regionale ecosystemen voor ondernemerschap werden gepresenteerd en toegelicht in deze EE Academy. Na het plenaire programma spraken de deelnemers in verschillende werksessies over onderwerpen als de financiering van de organisatie van ecosystemen, ontwikkeling van competenties en de energie, motivatie en betrokkenheid van het bedrijfsleven. Hierin konden de deelnemers uit verschillende regio’s hun eigen dilemma’s op tafel leggen en met elkaar meedenken.

Aan het begin van de plenaire ochtendsessie verklaart Thomas Zandstra, Senior strateeg bij ministerie van Binnenlandse Zaken waarom het ministerie opdracht gaf voor het onderzoek: “Op ambtelijk niveau groeit het besef dat Entrepreneurial Ecosystemen van belang zijn voor de innovatie en de economische ontwikkeling van regio’s. Omdat nog niet duidelijk is welke rol het openbaar bestuur hierin zou moeten innemen, hebben we in diverse regio’s laten onderzoeken wat de rol is van het bestuur en wanneer dit leidt tot succes.”

Belangrijke rol voor openbaar bestuur

Het openbaar bestuur heeft een essentiële rol als facilitator van ecosystemen waarin overheden en bedrijven samenwerken, stelt Jan Peter van den Toren, mede-onderzoeker en partner bij Birch: “Bijvoorbeeld in het aanwakkeren van ondernemerschap en het organiseren van samenwerkingen.”

Onderzoeker Erik Stam van de Universiteit Utrecht onderzocht hoe het openbaar bestuur kan bijdragen aan ondernemerschap. “Welvaart genereer je door de condities die ondernemerschap mogelijk of juist onmogelijk maken, te beïnvloeden. Denk aan wet- en regelgeving, infrastructuur en effectieve vraag. Verder zijn van belang: cultuur, netwerken, leiderschap, financiering, talent, intermediaire diensten en nieuwe kennis door hogescholen of universiteiten of kennisintensieve bedrijven. Heb je dat op orde, dan heb je een economisch walhalla.”

In het onderzoek maakte hij deze elementen meetbaar in een Entrepreneurial Ecosystem Index, zodat duidelijk is te zien hoe het ecosysteem ervoor staat en wat er te verbeteren valt aan de kwaliteit van een ecosysteem. “Natuurlijk verander je niet zo snel het hele systeem, maar hiermee zie je wel waar je interventies kunt plegen om de zwakke punten aan te pakken.” Volgens het onderzoek heeft de regio Utrecht de beste uitgangspositie, gevolgd door Noord Brabant en Gelderland. De uitgangsposities van Zeeland, Friesland en Drenthe zijn juist zwak. “Maar in bijna alle onderzochte regio’s kan het nóg beter,” concludeert Stam.

Talent, financiering en kennis

Leonie Oosterwaal (Birch) gaat in op de veranderende rol van het openbaar bestuur bij drie systeemelementen van het entrepreneurial ecosystem: talent, kennis en financiering. “De rol van het openbaar bestuur op de elementen talent en kennis ligt dicht bij de oorspronkelijke rol van het bestuur, waardoor cocreatie en samenwerking met het bedrijfsleven gemakkelijk ontstaan. Kijk bijvoorbeeld naar talentontwikkeling en het groeiend aantal publiek private samenwerkingen in het onderwijs. Kijk ook naar kennisontwikkeling waar de overheid de afgelopen 15 jaar meer geld beschikbaar stelde voor onderzoek waarin ook private partijen investeren. Soms zijn overheden zelfs mede-eigenaar van publiek-private kenniscampussen. Verder zijn er diverse stimuleringsprogramma’s en kennisprogramma’s waarin gemeenten samenwerken met het bedrijfsleven.”

Ook wat betreft financiering ziet zij een verschuiving naar publiek private samenwerking: “Financiering beschikbaar stellen voor ondernemers is niet traditioneel vanzelfsprekend. Maar dit gebeurt toch, vaak door gemeenten. In een aantal gevallen ontstaan daar ook publiek-private samenwerkingen waarbij provincies medefinancier zijn. De laatste jaren zie je dat meer provincies actief worden met eigen investeringskapitaal en eigen regelingen voor regionale ontwikkelingsbedrijven. De toenadering tussen het openbaar bestuur, de bedrijven en kennisinstellingen op deze drie elementen is in veel gevallen de kiem voor het ontstaan van Economic Boards.”

Initiatiefnemer, financier en trekkende kracht

Oosterwaal concludeert dat het openbaar bestuur daarmee een belangrijke rol vervult in de samenwerkingen: “In diverse gevallen treden provincies op als initiatiefnemer in de oprichtingsfase. Gemeenten zijn vaak financiers van samenwerking en hebben trekkende kracht. Bij Brainport, een samenwerkingsverband bij Eindhoven op het gebied van technologie, zie je zelfs dat de provincie helemaal niet aanwezig is, daar hebben gemeenten een belangrijke rol in de samenwerking.” Zo ontstaat er een nieuwe realiteit, die zich afspeelt buiten de traditionele grenzen van gemeente en provincie. Daarmee ziet het openbaar bestuur zich geplaatst voor de uitdaging overeenstemming te vinden tussen de gemeenten onderling en het vormen van een gezamenlijke visie.

Kunnen en willen communiceren

Willemien Vreugdenhil is als wethouder van de gemeente Ede betrokken bij FoodValley. In het middagprogramma deelt zij haar ervaring op het gebied van Triple Helix-samenwerking: “Uiteindelijk gaat het er bij samenwerking over dat mensen met elkaar kunnen en willen communiceren. De samenwerking tussen Ede en Wageningen kwam ook pas goed van start nadat we ons goed in elkaar zijn gaan verdiepen. Je moet zien dat het geheel meer is dan de som der delen.”

Gert Boeve is directeur van de Regio Food Valley en in die functie is hij eindverantwoordelijk voor de intergemeentelijke samenwerking van de acht betrokken gemeenten. Hij onderschrijft wat Vreugdenhil zegt: “Voor samenwerking is het vooral belangrijk om elkaar het licht in de ogen te gunnen.”

MKB-kracht ontsluiten

Onderwerp van de middagsessie was verder ook het leer- en inspiratietraject Ecosysteem voor MKB-innovatie, dat het G32-stedennetwerk in februari met kennisorganisatie Platform31 is gestart. In dit traject werken 3 Triple Helix regio’s aan het versterken van hun entrepreneurial ecosystem, waarin MKB-ondernemers de producten van de toekomst sneller, beter en meer ontwikkelen. Bas Kapitein, directeur strategie & beleid bij Midpoint Brabant, laat zien langs welke lijnen ondernemers, kennisinstellingen en overheden in Midpoint Brabant samenwerken aan het versterken van het ondernemersklimaat. De vraag die hij hierbij inbrengt is: ‘Hoe zorg je ervoor dat er energie en ambitie blijft in de samenwerking tussen de Triple Helix partners?’ Alex Jaminon van Limburg Economic Development presenteert hoe er in Limburg een gemeenschappelijke MKB-aanpak wordt ontwikkeld met als doel de groeipotentie van het MKB te helpen realiseren. Tot slot brengt Janko Lolkema van de Economic Board Regio Zwolle de vraag in hoe innovatie bij het MKB kan worden bevorderd: zijn innovatietreintjes wellicht een oplossing, waarbij de kleine bedrijven intensief samenwerken met een ‘trekkend’ groter bedrijf? In drie werksessies worden kennis, ervaringen en tips uitgewisseld en verdiepend in gesprek gegaan over de gepresenteerde cases

Vervolg: community of practice

Aan het eind van de dag bleek de opzet geslaagd. De deelnemers gingen intensief met elkaar in gesprek, deden kennis op en wisselden dilemma’s en ideeën uit. Zij legden lijntjes tussen regionale ecosystemen om elkaar te inspireren en verder te helpen. Joost van Hoorn van Platform 31 besloot de dag met het aanbod aan de regio’s om deze positieve ervaring vast te houden en te gaan bouwen aan een community of practice. Dit kan de regio’s helpen bij de doorontwikkeling van Triple Helixorganisaties en hun netwerk tot optimaal presterende entrepreneurial ecosystems.

EE A: over de samenhang tussen openbaar bestuur en entrepreneurial ecosystemen

Wat is de rol van het openbaar bestuur in ecosystemen? Op die vraag gaan Birch en de Universiteit Utrecht in tijdens een nieuwe editie van de Entrepreneurial Ecosystem Academy (EE A) op 22 september aanstaande. Aanleiding van deze EE A zijn de uitkomsten van gezamenlijk onderzoek over dit onderwerp. Doel van deze bijeenkomst is ervaringen en actuele vragen uit te wisselen tussen de diverse regionale entrepreneurial ecosystemen.

Recent onderzochten Birch en de Universiteit Utrecht de rol van het openbaar bestuur in ecosystemen, op basis van casestudies in Zuidoost-Brabant, Noordoost-Friesland, Brainport en Utrecht. Dit onderzoek biedt een basis om de ontwikkeling en governance van ecosystemen te bespreken en te versterken. De uitkomsten van dit onderzoek waren voor Birch aanleiding voor een nieuwe editie van de EE A; een serie colleges over deEntrepreneurial Ecosystem benadering gecombineerd met concrete vraagstukken en handvatten. Deze bijeenkomst vindt plaats op 22 september in het World Food Center te Ede.

Boards, valleys en andere ecosystemen

De EE A is een initiatief van het Utrecht Center for Entrepreneurship en Birch Consultants. Deze bijeenkomsten zijn in het leven geroepen voor beleidsmakers en –uitvoerders van regio’s en gemeenten, en andere stakeholders van Entrepreneurial Ecosystems. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen onderzoekers en beleidsmakers de laatste inzichten en ervaringen op het terrein van boards, valleys en andere ecosystemen met elkaar uitwisselen. De bijeenkomst op 22 september is de vierde editie van de EE A.

Inzichten naast elkaar leggen

Tijdens de bijeenkomst draait het niet alleen om het onderzoek door Birch en de Universiteit Utrecht; na de presentatie gaan de onderzoekers in gesprek met onderzoekers van het G32 Stedennetwerk en Platform31. Zij verkenden het afgelopen half jaar met drie regio’s wat de beste manier is voor triple helix organisaties om hun netwerk te ontwikkelen. Dat netwerk is bedoeld om een ecosysteem te vormen waarin innovaties in het MKB sneller tot stand komen en waarin innovaties vaker uitgroeien tot succesvolle marktproducten.

Door de inzichten uit beide trajecten naast elkaar te leggen en in discussie te gaan over de uitkomsten, is het de bedoeling dat de leeropbrengst van de onderzoeken groter wordt. De bijeenkomst heeft tot doel om inspiratie op te doen, maar vooral ook ervaringen en actuele vragen uit te wisselen tussen de diverse regionale entrepreneurial ecosystemen.

Aanmelden?

Aanmelden voor deze bijeenkomst is niet meer mogelijk. Lees het verslag van de Entrepreneurial Ecosystem Academy.

Birch verkent haalbaarheid investeringsagenda Hanzefonds

Birch verkent de mogelijkheden om een fonds op te richten dat een duurzame economische impuls geeft aan de samenwerking binnen de Hanze. De opdracht voor de verkenning kwam van een initiatiefgroep van Nederlandse Hanzesteden (Kampen, Zwolle, Deventer en Harderwijk) en de provincie Overijssel.

Veel Hanzesteden willen investeren om hun ecosysteem te versterken. Met elkaar beschikken de steden over veel kennis en oplossingen. Door deze kennis en oplossingen samen te brengen, kunnen de steden zorgen voor economische vernieuwing in de regio. Zij kunnen hun ligging aan Europese transportassen (over weg en water) inzetten voor duurzaam multimodaal transport. Daarnaast kunnen ze samen oplossingen organiseren voor de bescherming tegen klimaatverandering.

Het Hanzefonds is bedoeld om deze projecten te kunnen financieren. De initiatiefnemers verwachten dat ze met een gemeenschappelijke investeringsagenda kunnen aansluiten bij prioriteiten van de Europese Unie en zo een beroep kunnen doen op Europese middelen.

De afgelopen maanden heeft Birch een verkenning uitgevoerd naar de haalbaarheid van zo’n fonds bij potentiele financiers en bij tientallen Hanzesteden en hun ondernemers in Nederland, Duitsland, Polen en de Baltische staten. Op de recente Hanzedagen in Kampen kwamen vertegenwoordigers van kenniswereld en bedrijven en binnen- en buitenlandse Hanzesteden bij elkaar om te spreken over de investeringsagenda die initiatieven op het gebied van innovatie en duurzaamheid en water en transport verder brengt. De komende maanden wordt deze investeringsagenda verder uitgewerkt.

Over het Hanzefonds verscheen een interview met Jan Peter van den Toren (Birch) en Jan-Paul van den Berg op pagina 14 en 15 in ZON magazine: http://www.zonregiozwolle.nl/magazine/i/61-lees-online/589-zon-magazine-5

Birch toont nieuwe analysemethode in Lyon

Wetenschappers op de SASE-conferentie 2017 in Lyon reageerden enthousiast op de door Birch ontwikkelde onderzoeksmethode om kennisnetwerken in kaart te brengen. Jan Peter van den Toren en Bas van der Starre presenteerden daar deze maand resultaten op basis van de database ‘Networks for Knowledge’.

Interactie tussen kennis, innovatie en educatie

Aanleiding voor de uitnodiging om te spreken op de SASE-conferentie was een publicatie van de Organisation for Economic Cooperation and Development (OECD). Voor deze organisatie onderzochten consultants van Birch samen met onderzoekers van de Universiteit Utrecht en TU Eindhoven de Nederlandse situatie op het gebied van de interactie tussen kennis, innovatie en educatie.

Hiervoor gebruikten de onderzoekers data van meer dan 8.000 unieke organisaties en brachten de samenwerkingsverbanden op het gebied van kennisontwikkeling en innovatie tussen deze organisaties in kaart.

Onderzoek vanuit macroperspectief

Het is relatief nieuw om samenwerkingen op deze manier te onderzoeken, vertelt Bas van der Starre: “Meestal vindt onderzoek plaats op het niveau van de samenwerking zelf. Dan onderzoek je op microniveau. Met ‘Networks for Knowledge’ nemen we een macroperspectief in, waardoor we nu de structuur van een netwerk kunnen onderzoeken en in kaart brengen welke rollen de verschillende organisaties hierin spelen.”

Birch wordt vaak gevraagd om expertise in te brengen op het gebied van kennis, innovatie en samenwerking in de regio. Wat de nieuwe manier van onderzoeken op dit gebied interessant maakt, is dat het met deze analysemethode mogelijk is om verschillen tussen organisaties en regio’s in kaart te brengen. “Het geeft een momentopname van de partijen die bezig zijn met innovatie en hoe zij met elkaar samenwerken”, legt Van der Starre uit. “De conclusies die je daaruit kunt trekken, kunnen nuttig zijn voor bijvoorbeeld regionale overheden.”

Society for the Advancement of SocioEconomics

SASE staat voor Society for the Advancement of SocioEconomics; deze wetenschappelijke conferentie is bedoeld om de ontwikkelingen te laten zien op het gebied van sociologische en economische wetenschappen. Van 29 juni tot 1 juli 2017 werd in Lyon de 29e editie van deze conferentie gehouden, met als thema ‘What’s Next? Disruptive/Collaborative Economy or Business as Usual?’.

Evaluatie Take-Off HBO subsidieprogramma aangeboden aan OCW en EZ

Voor het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA verzorgde Birch de evaluatie van het Take-Off HBO fase 1 subsidieprogramma. Het rapport is inmiddels aangeboden aan de DG’s van de ministeries OCW en EZ. Op basis van de positieve uitkomsten heeft het ministerie besloten financiering beschikbaar te stellen voor een nieuwe periode.

Financiering voor doorontwikkeling

Het Take-Off HBO fase 1 programma is gestart in 2015. Belangrijkste doel is het omzetten van waardevolle onderzoeksresultaten van HBO-instellingen naar succesvolle marktintroducties zoals innovatieve producten, services of start-up’s. In een eerder onderzoek had Birch al geconstateerd dat het lastig is om financiering te vinden voor de doorontwikkeling van goede ideeën naar marktwaardige innovaties. Er is sprake van een funding gap, omdat investeerders de risico’s in de ideeën- en planfase vaak te groot vinden.

Haalbaarheidsstudies

Daarom heeft de pilot zich specifiek gericht op de financiering van haalbaarheidsstudies. Hiermee kunnen lectoren, onderzoekers, docenten en studenten hun idee voor een nieuw product of dienst  ontwikkelen en een onderbouwde inschatting maken van de praktische en commerciële haalbaarheid van een start-up. Opvolging van de haalbaarheidsstudies is met name gericht op het vinden van aanvullende financiering voor doorontwikkeling. De lancering van deze regeling is voorbereid met SIA, Stichting Technologie Wetenschappen (STW) en de ministeries van OCW en EZ.

Rol van Birch

Birch heeft eerder bijgedragen aan de initiatie en ontwikkeling van het instrument. Na twee subsidieronden in 2016 heeft Birch nu de eerste resultaten geëvalueerd.

Strategisch programma voor Sportcampus Zuiderpark

Birch begeleidde de Haagse Hogeschool bij het opstellen van het strategische programma voor de nieuwe Sportcampus Zuiderpark. De nieuwe campus op de locatie van het oude stadion van ADO Den Haag, omvat accommodaties voor top- en breedtesporters in diverse disciplines. Daarnaast biedt de Sportcampus Zuiderpark onderdak aan opleidingen als Leraar lichamelijke opvoeding (HALO), Sportmanagement en Lifestyle, Sport en Bewegen. Naar verwachting zullen er zo’n 1500 studenten gebruik maken van de faciliteiten op de campus.

Onderwijs, onderzoek en ondernemerschap

Het strategisch programma van de Sportcampus Zuiderpark, dat een looptijd heeft van 5 jaar, heeft drie aandachtsgebieden; onderwijs, onderzoek & valorisatie en ondernemerschap. Het programma profileert zicht met een aantal thema’s. Als eerste is dat de internationale waarde van sport, waarin de internationale organisatie van top- en breedtesport centraal staat. Het tweede terrein is het onderzoek naar de specifieke behoeften van topsporters, breedtesport in de wijk en de gehandicaptensport. Tenslotte zet de Sportcampus Zuiderpark Partners zich in voor technologische innovaties voor de sport.

Samenwerkingspartners

In dit programma zijn verschillende partners betrokken. Naast de mede- eigenaren van de Sportcampus, gemeente Den Haag en ROC Mondriaan, zijn dat de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit, de TU Delft en Sophia Revalidatie.

Naar verwachting wordt de Sportcampus Zuiderpark in het najaar van 2017 in gebruik genomen. De Volkskrant besteedde er alvast ruim aandacht aan.