Birch is fit voor 2020

Als team willen we bij Birch zo efficiënt en goed mogelijk presteren voor onze opdrachtgevers. In elke situatie. Ook nu wij en veel van onze klanten thuiswerken, willen we als collega’s extra goed op elkaar kunnen bouwen. Begin maart konden we nog niet weten hoe belangrijk onze teamdag was voor de komende tijd.

‘Birch, Fit For Future 2020’, onder dat motto gingen onze vaste trainer Mark Stam en oud topsporter Herre Zonderland met ons aan de slag. Dat deden we tijdens een zonnige dag op de inspirerende locatie Folkk, een prachtig gerestaureerd kerkje in Lemmer. We gingen samen op zoek naar onze Olympische vorm.

Het Birchteam in Lemmer.

Olympische vorm

Om die vorm te bereiken, hebben we gewerkt aan vijf bouwstenen van succesvolle teams: 1) persoonlijke energie, 2) talent en motivatie, 3) rollen en taken, 4) effectieve relaties en 5) een gemeenschappelijk doel en onderliggende afspraken. Zo bespraken we wat ons energie geeft en kost. Mark en Herre leerden ons daarna hoe te putten uit onze fysieke, mentale, emotionele en spirituele energiebronnen.

We leerden ook dat het heel belangrijk is om na inspanning bewust te herstellen. Met een oefening met squats, ondervonden we dat je door (fysiek) herstel beter presteert. Dit inzicht nemen we mee naar huis: even ‘in het rood gaan’ voor een deadline kan, maar tijd inbouwen voor herstel na afloop zorgt ervoor dat je een volgende keer nóg beter kan presteren!

 

Bedrijfsatleten

Verder bogen we ons over de vraag ‘wat voor bedrijfsatleet ben jij?’. Als antwoord definieerden we vijf rollen binnen Birch en welke taken daarbij horen. Vervolgens gingen we in gesprek wat de huidige verdeling is tussen die verschillende rollen en wat voor ons wenselijk zou zijn. Met een heldere rolverdeling en duidelijke afspraken over taken, kunnen we als team efficiënter presteren!

 

Pitch fan ‘e Lemmer

Bij de afsluiting van de dag werden we uitgedaagd om in drie groepjes een pitch over Birch uit te denken. Daarin werkten we onze visie op het Birchteam uit voor de komende twaalf tot achttien maanden. De drie pitches waren heel verschillend: van voetbalteam-analogie tot berkenboom-analogie en het derde team presenteerde heel helder wat onze mogelijke afspraken zouden kunnen zijn als team de komende tijd.

Wat al onze visies samenvat? Een van de Friese uitspraken die we verzonnen voor de pitches: Sin en wille kenne folle tille! Als je er plezier in hebt, kun je veel aan! Dit zetten we zeker in de komende, onzekere tijd, waarin we meer dan ooit op elkaar als team zullen bouwen.

 

Blog: Hoe een algoritme helpt bij inzichten voor beleid

Beleid is maatwerk. Of het nu voor de overheid, het bedrijfsleven of het onderwijs is. Artificiële intelligentie (AI) lijkt voor een beleidsmaker niet direct een logisch hulpmiddel. En inderdaad, menselijke intelligentie is en blijft het belangrijkste ingrediënt bij strategische keuzes. Maar AI kan een mooie aanvulling zijn. Dat bewezen Birchers Alexander Kern en Bas van der Starre recent met een experiment voor Regieorgaan SIA. Ze vertellen erover in deze blog.

Bas (vooraan) en Alex (bij het scherm) presenteren de resultaten van hun AI-experiment bij Regieorgaan SIA.

Als een hogeschool geld nodig heeft voor praktijkgericht onderzoek, doen de onderzoekers vaak een beroep op financiële ondersteuning van Regieorgaan SIA. In eerdere opdrachten voor Regieorgaan SIA onderzochten we beleidskeuzes op basis van bestaande data, maar eind 2019 zou onze rol anders zijn. Wij mochten met een AI-experiment de data van het projectportfolio van het Regieorgaan SIA verrijken.


Puzzel leggen

Duizenden projecten categoriseren volgens de vier thema’s van het nieuwe missiegedreven innovatiebeleid van het kabinet. Dat was de uitdaging voor Regieorgaan SIA. Uit ervaring weten ze dat een uitvraag bij onderzoekers een lang en intensief proces is. Hetzelfde geldt voor zelf handmatig projecten categoriseren. Maar de noodzaak was er wel, want het is nuttig om bij de invoering van nieuw beleid snel overzicht te krijgen van onderzoekers die daarop aansluiten. Bovendien geeft zo’n nieuwe categorisering inzicht in de positie en verdeling van door Regieorgaan SIA gesteund onderzoek. Wij hoorden over dit dilemma en dachten dat we met hulp van AI de puzzel slim konden leggen.


Model gebouwd

Samen met Regieorgaan SIA ontwikkelden we het idee om met een AI-tekstanalyse de projectportfolio te categoriseren in de nieuwe thema’s. Alexander, die nu masterstudent AI is, organiseerde bestaande algoritmen tot een model voor de tekstanalyse. Daarna voerden we het model honderd projectplannen en beleidsstukken die duidelijk binnen een van de vier thema’s van het innovatiebeleid vielen. Via een slimme vergelijking kon het algoritme daarna ook andere teksten thematisch indelen.


800 documenten indelen

Hoe het model precies werkte? Als het genoeg woorden identificeerde die bij een thema pasten, dan deelde hij ze daarbij in. Denk dan bijvoorbeeld aan de woorden ‘kassen’ en ‘watermanagement’ voor het thema ‘Landbouw, Water en Voedsel’ (zie kader). Uiteindelijk passeerden 800 projecten en trajecten de ‘ogen’ van ons model. Dat maakte vervolgens deze indeling:

Het werkt!

Wij kijken inmiddels terug op een geslaagd experiment. Met relatief weinig trainingsdata kon ons model de projecten van Regieorgaan SIA indelen binnen het innovatiebeleid. Ook laat het duidelijk zien wanneer een project niet binnen de thema’s van het innovatiebeleid past. Natuurlijk waren er ook de teksten waar ons model niet uitkwam. Dat bevestigt dat dit voor ons alleen nog maar het begin van ons experiment met kunstmatige intelligentie is. Inmiddels zijn we bezig met nieuwe use cases om onze methodes voor tekstanalyses verder te ontwikkelen. Klinkt dat interessant? Neem dan eens contact op.

 

Voor de liefhebber

Bent u thuis in kunstmatige intelligentie en in machine learning? Dit was onze werkwijze:
we hebben alle teksten gelemmatiseerd en gevectoriseerd op basis van termfrequentie –
inverse documentfrequentie. Daarna hebben we vijf modellen getraind, twee
probabilistisch, twee lineair en één neighbour-based, en losgelaten op de rest van de
tekst. Door die vijf modellen te laten ‘stemmen’ en alleen bij grote meerderheid een
project in een thema in te delen kwamen we op een afgewogen resultaat.

Hoe ICT-kennis écht landt in het beroepsonderwijs

Zonder digitale kennis redt een werknemer zich niet meer op de arbeidsmarkt. Toch sijpelt nieuwe kennis over ICT vanuit de wetenschap maar mondjesmaat door naar de plekken waar toekomstige medewerkers worden opgeleid: het mbo en hbo. Birch onderzocht voor ICT-onderzoeksprogramma COMMIT/ hoe ICT-kennis het beroepsonderwijs beter bereikt.

Dankzij jaren van onderzoek heeft COMMIT/ een schat aan innovatieve ICT-oplossingen voor maatschappelijke problemen opgehaald. Ze zien ook dat die kennis onvoldoende bij het beroepsonderwijs terechtkomt. Daarom onderzochten wij voor COMMIT/ hoe onderwijs, bedrijven en kennisinstellingen samen kunnen zorgen dat wetenschappelijke kennis over ICT geïntegreerd wordt in het beroepsonderwijs.

De situatie nu

Uit ons onderzoek kwam duidelijk naar voren dat wetenschappelijke kennis over ICT inderdaad nauwelijks landt in het beroepsonderwijs. Ook een verbinding van die kennis met regionale vraagstukken is nog moeilijk. Wel constateren we dat onderwijsinstellingen (mbo en hbo)  onderling kennis uitwisselen en toepassingen ontwikkelen.

Voorbeelden van succesvolle samenwerkingen zijn de Veiligheidsacademie in Harderwijk, de IT-campus in Rotterdam en Techconnect en Codam in Amsterdam. Dit zijn partijen die zich inzetten om ICT’ers op te leiden en om ICT-vaardigheden bij andere opleidingsrichtingen te versterken. De partijen binnen deze samenwerkingen zijn het meest succesvol als ze samen drie tot vijf jaar vooruit durven te kijken en doelen stellen voor die periode.

Te behalen winst

Ondanks die positieve voorbeelden, is er nog veel winst te behalen. We concluderen dat alle partijen in publieke-private samenwerkingen een tandje bij moeten zetten: het onderwijs, bedrijven en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Ook moeten deelnemende partijen openstaan voor elkaars werkwijzen. En blijft het van belang dat onderwijsinstellingen onderling kennis blijven delen, het liefst met open source software. Tot slot moeten zowel docenten als studenten de kans krijgen en aangemoedigd worden om zich ICT-vaardigheden en kennis eigen te maken.

Alle bevindingen

In februari brachten we ons onderzoek voor COMMIT/ uit. Lees al onze bevindingen in het complete rapport Digitalisering in het beroepsonderwijs.

Tweede Kamerleden helpen ‘POcket’ verbeteren

Op weg naar een debat, commissievergadering of werkbezoek? Dankzij het slimme dashboard POcket dat Birch ontwikkelt, hebben beleidsmakers straks informatie over financiën en prestaties van schoolinstellingen op zak. Op 28 januari tijdens de starbijeenkomst van POcket hielpen vijf Tweede Kamerleden bij het verbeteren van het dashboard.

Tweede Kamerlid Lisa Westerveld tijdens de Hackaton op 4 oktober 2019 (Foto: Sebastiaan ter Burg)

Sinds de winst van de Hackaton in oktober 2019 werkt Birch aan de realisatie van POcket. POcket is een dashboard met informatie over het primair onderwijs (PO) ‘in de achterzak’. Tijdens de inhoudelijke startbijeenkomst vroegen we enkele Kamerleden met onderwijs in hun portefeuille om extra input.  

Financiële informatie

Tijdens de Hackaton in oktober ontwierpen wij een demo van het dashboard, dat je straks op een laptop of mobiel apparaat kunt bekijken. Het geeft een duidelijk overzicht van de financiën en schoolprestaties van een school én regionale economische kengetallen. Het dashboard combineert op verzoek de data zodat de gebruiker beter inzicht krijgt in bijvoorbeeld het budget van schoolbesturen.

Kamerleden zoeken en gebruiken op verschillende momenten en uiteenlopende redenen informatie over het PO, zo bleek uit de sessie. Aan financiële informatie hebben zij het meest behoefte. Zo kunnen ze zich écht goed voorbereiden op een debat of commissievergadering.

Vervolg

Het team van Birch gaat nu verder met ontwikkelen en programmeren. We bouwen POcket in een open source omgeving, waardoor gebruikers zelf instellingen kunnen wijzigen en updates doen. In mei 2020 moet POcket af zijn en te gebruiken voor Tweede Kamerleden en andere geïnteresseerden.

Onderwijs en arbeidsmarkt op lijn in Zuid-Holland

Ouders sturen hun kinderen het liefst naar die felbegeerde universiteit. Terwijl er ongekend veel vraag is naar beroepsopgeleide arbeidskrachten. En die beroepsopleidingen werken in samenwerking met bedrijven steeds harder aan aansluiting op de arbeidsmarkt. Dankzij onderzoek en advies van Birch sluit het beroepsonderwijs binnenkort nog beter aan.

Onderwijs en arbeidsmarkt zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het belangrijkste ‘kapitaal’ van die arbeidsmarkt komt immers bij opleidingen vandaan: geschoolde arbeidskrachten. Daar was de Economic Board Zuid-Holland (EBZ) ook van doordrongen. En die wil dat het onderwijs nog beter aansluit op de regionale arbeidsmarkt.

Samen met de Haagse Hogeschool, de Provincie Zuid-Holland en ROC Mondriaan vroeg de EBZ ons daarom te onderzoeken hoe het mbo en hbo nog beter op de regionale arbeidsmarkt kunnen aansluiten.

Hbo in dialoog met de regio

Voor ons onderzoek naar het hbo lag de focus op deeltijdopleidingen. Deze moeten namelijk goed aansluiten op de regionale economie, willen ze voor de regio nuttige arbeidskrachten opleveren. We concludeerden dat er veel onbenutte mogelijkheden zijn om het deeltijdonderwijs aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt. Zo blijkt het interessant om deeltijdonderwijs te ontwikkelen voor de sectoren onderwijs, overheid, zorg, ICT en zakelijke diensten. Dit zijn op hbo-niveau de meest interessante sectoren, hier is de scholingspotentie groot. Opvallend is het ontbreken van ICT-deeltijdopleidingen in de regio, terwijl de vraag naar ICT’ers groot is. Dat verdient aandacht.

Een leven lang leren

Voor het mbo draaide ons onderzoek om de ontwikkelingsmogelijkheden van een leven lang ontwikkelen (llo). Deze belangrijke trend in het mbo houdt in dat mensen niet alleen een startopleiding volgen maar ook tijdens hun werkende leven blijven leren. Wij concludeerden dat de opleidingsdomeinen in Zuid-Holland aardig geconcentreerd zijn. De domeinen Zorg en Techniek zijn het grootst in de provincie.  Ook zagen we dat llo de meeste potentie heeft in de sectoren Vervoer en Opslag, Welzijn, Groothandel en Bouw. De Zuid-Hollandse mbo-instellingen gaan met die conclusies nu verder in gesprek over de invulling van llo.

Meer informatie

Benieuwd hoe we te werk gingen? Lees het allemaal in onze referentie over deze opdracht. Hier vind je ook de links naar de Factbooks met onze uitgebreide adviezen aan het mbo en hbo in Zuid-Holland.

Blog: Banenmakers op de Human Capital Agenda

Hoe ga je goed om met een krappe én weerbarstige banenmarkt? Door je met een groep ondernemende werkgevers creatief over arbeidsmarktvraagstukken te buigen. Dat is precies wat onze Leonie Oosterwaal met De Banenmakers doet. Maar dat is wat haar betreft nog maar het begin. In deze blog pleit zij voor de Human Capital Agenda als dé oplossing voor de uitdagingen op de arbeidsmarkt. Dit is de eerste Birchblog in een reeks van vier over de Human Capital Agenda.

Ik vind het ontzettend inspirerend om te zien wat een netwerk van werkgevers samen kan bereiken voor een krappe arbeidsmarkt. Dat heb ik wel gezien de afgelopen twee jaar bij De Banenmakers. Neem Stichting Veluwe Portaal waar een groep van tachtig ondernemers hun kennis over HR delen om arbeidsmobiliteit te bevorderen. Of de SIM Leerwerkfabriek in Maastricht. In de regio is een schreeuwend tekort aan procesoperators. SIM leidt wél genoeg mensen op tot procesoperator voor de mkb’ers in de regio. Dit zijn uiterst succesvolle netwerken van werkgevers die zelf de handschoen oppakken en uitdagingen rond werving of werk naar werk-transities aangaan. Dat werkt, maar ze kunnen wel wat extra hulp gebruiken.

Triple helix in actie

Bij De Banenmakers kwamen we tot de conclusie dat werkgevers erbij gebaat zijn om een plekje te verwerven in een regionale Human Capital Agenda (HCA). Oftewel: een agenda voor menselijk kapitaal. Al het menselijk kapitaal, dus niet alleen werkzoekenden, maar ook werkenden, studenten, herintreders en inactieven. Vaak sectoraal maar ook regionaal. Een agenda samengesteld door partijen uit de triple helix, dus ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden. Samen kunnen zij de arbeidsmarkt beter laten functioneren met gerichte acties.

De voorjaarsschoonmaak in de HCA

Zijn die HCA’s nieuw? Een beetje wel maar niet helemaal. Al in 1967 verscheen er een rapport in opdracht van de SER dat werkgevers meer betrokken moesten worden bij het oplossen van arbeidsmarktvraagstukken en dat er afspraken met elkaar gemaakt moesten worden. De aanpak bestond dus al, maar we spreken nu wel over een hele andere arbeidsmarkt met andere vraagstukken. Zo braken werkgevers zich toen het hoofd over hoe ze toch om moesten gaan met het aannemen van vrouwen. Dat was toch lastig, vooral haar beschikbaarheid in uren. Ze moest immers voor man en kinderen zorgen en natuurlijk de voorjaarsschoonmaak doen. Zo bleek uit de getypte enquête die per post werd verzonden. Ik heb mijn baas nog even gepolst. Mijn huis kan namelijk wel wat aandacht gebruiken met drie kinderen en twee werkende ouders. Maar helaas, iets met arbeidsproductiviteit.

De arbeidsmarkt is geen markt

De huidige HCA’s zijn toch echt anders. Die hebben te maken met een weerbarstig arbeidsmarktbeleid. Het is namelijk geen echte markt. Vraag en aanbod zijn niet volledig transparant. Zo is al niet duidelijk welke vacatures er allemaal zijn. Zo bestaan er genoeg verborgen vacatures op plekken waar wel vraag is naar arbeid, maar geen vacature wordt geplaatst. Ook op het aanbod heb je geen duidelijk zicht. Hoe weet je wie er allemaal op zoek zijn naar werk en wat zij kunnen? Of hoe zorg je ervoor dat er precies genoeg mensen worden opgeleid met de juiste vaardigheden? Dat is helemaal een uitdaging als je bedenkt dat ze pas vier jaar later klaar zijn met die opleiding. En dan blijft het nog maar de vraag of het lukt om iedereen op een werkplek te krijgen waar hij of zij het meeste uit zichzelf kan halen. Misschien is iemand wel niet meer zo productief in de ene baan, maar is een overstap naar een andere met veel onzekerheid omgeven. Om op al deze factoren te sturen, zodat de arbeidsmarkt beter functioneert, is een enorme uitdaging.

HCA to the rescue

En waarom is de HCA dan het antwoord op deze uitdagingen hoor ik u vragen. Omdat er voor een specifieke sector of regio afspraken worden gemaakt tussen partijen die dicht op de eigen arbeidsmarkt staan. Zij kunnen elkaar niet alleen aanvullen in mogelijk oplossingen. Nee, ze hebben elkaar zelfs nodig om het vraagstuk op te lossen. De werkgevers zitten aan tafel, daar is immers het werk. Maar ook de opleiders. En de overheden die hun verantwoordelijkheid hebben voor zowel de instroom van werkzoekenden als het economisch beleid. De afspraken zijn concreet, hebben een doel op afzienbare termijn en in de meeste gevallen is er ook geld om acties in gang te zetten. Een gouden driehoek van partijen dus, die binnen een HCA de weerbarstige arbeidsmarkt kan tackelen.

Regionaal zijn daar al genoeg voorbeelden van. Benieuwd welke? In onze tweede blog deelt Leonie de successen en lessen van regionale HCA’s.

 

 

Birch brengt rol ecoysteem bij bevolkingsdaling in kaart

Voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) onderzocht Birch de voortgang van het Actieplan Bevolkingsdaling in regio’s met bevolkingsdaling. Met onze expertise op het gebied van ecosystemen keken we ook hoe overheden, bedrijven en maatschappelijke partijen krimp en anticipeerregio’s samen leefbaar en vitaal kunnen houden.

Bevolkingskrimp blijft een aanhoudend probleem in Nederland. In 2014 is een regio-indeling gemaakt van krimp- en anticipeerregio’s in Nederland op basis van de geprognosticeerde afname van bevolking en huishoudens. Deze regio’s kampen onder andere met uitdagingen op het gebied van voorzieningen en mismatches op de woningmarkt en arbeidsmarkt. Met het Actieplan Bevolkingsdaling uit 2016 wil BZK deze uitdagingen het hoofd bieden en met acties en ambities krimpregio’s leefbaar houden.

Voortgang

Aan ons de uitdagende en mooie taak om in kaart te brengen wat het effect van de acties is en welke invloed regionale ecosystemen kunnen hebben in krimpregio’s. En dit te publiceren in een voortgangsrapportage.

Ecosysteem in de regio

Voor de rapportage bezochten en spraken we met vertegenwoordigers van 21 regio’s waar krimp heerst of verwacht wordt. We brachten in kaart welke invloed het Actieplan in die regio’s heeft gehad tussen de zomers van 2018 en 2019. Daarnaast onderzochten we welke nieuwe interventies regio’s, provincies en het Rijk konden plegen in krimpregio’s. Voor die interventies keken we met name naar de samenwerking met andere overheden, bedrijven en kennisinstellingen, oftewel het regionale ecosysteem.

Kamer op de hoogte

De voortgang van het Actieplan Bevolkingsdaling en ons onderzoek naar de invloed van ecosystemen in krimpregio’s presenteerden we begin dit jaar aan BZK. Eind januari bracht minister Knops de Tweede Kamer op de hoogte met een Kamerbrief en de voortgangsrapportage. Benieuwd naar de resultaten, lees de rapportage hier.

Tweede RD labsessie Regio Deals druk bezocht

‘Governance maak je niet’. Dat was het thema van de 2e van 9 labsessies over governance in regionale samenwerkingsverbanden rondom de Regio Deals, die op 31 oktober in Station 88 in Tilburg werd gehouden. Na een inleiding door Erik Kiers van gastregio Midden- en West-Brabant verspreiden de 40 deelnemers zich over 3 deelsessies waarin praktische thema’s centraal stonden. ‘Hier kunnen we meteen volgende week mee aan de slag’, was een reactie van een van de deelnemers.

Regio Deals (RD’s) zijn een experiment in de samenwerking tussen de Rijksoverheid en de regio’s. RD’s zijn partnerschappen tussen Rijk en regio’s om vraagstukken in de regio op het gebied van welvaart en leefbaarheid aan te pakken. Belangrijke onderwerpen zijn economie, leefomgeving, samenleven en gezondheid. Want, wat werkt in de regio kan ook werken voor heel Nederland, is de achterliggende gedachte.

Consortium
In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) vormen Birch, Berenschot, Universiteit Utrecht en Tilburg University een consortium om regio’s te begeleiden en te ontwikkelen op het gebied van governance. Het consortium organiseert gedurende drie jaar ieder jaar drie labsessies waaraan elf van de achttien Regio Deals deelnemen. De labsessie van 31 oktober was de 2de in een reeks van negen labsessies over de looptijd van drie jaar. De bijeenkomst werd geopend door de gastvrouw van locatie Station 88. Daarna opende Erik Kiers van gastregio Midden- en West-Brabant het programma met een presentatie over hun eigen Regio Deal.

RD Labsessie 2: ‘Governance maak je niet’.
Deze tweede sessie stond in het teken van (in)formele governance. Ter voorbereiding is alle deelnemende Regio Deals gevraagd een tekening van hun governance-model in te sturen. Aan de hand van deze modellen tekende het consortium drie basisstructuren waarbij regio’s zichzelf mochten positioneren. Zo gingen verschillende regio’s met elkaar in gesprek over hun eigen visies en ideeën wat betreft governance terminologie. Zo’n ‘formele’ visualisatie is slechts één manier om governance-structuren weer te geven. Tijdens dit RD-lab functioneren de tekeningen als gespreksopener. Belangrijk voordeel van deze aanpak is dat in de gesprekken over de tekeningen bijvoorbeeld duidelijk wordt hoe regio’s bepaalde governance terminologie duiden en interpreteren.

 

 

Deelsessie 1: Triple Helix organisatie, rol, positie en besluitvorming’
Deelnemers konden kiezen uit drie deelsessies. Twee van deze drie werden ingeleid door  specialisten van de Regio Deal Midden- en West-Brabant aan de hand van hun eigen case. Het onderwerp van de eerste sessie was ‘Triple Helix organisatie, rol, positie en besluitvorming’. Met als voornaamste vragen: ‘Wat is de beste manier is om de triple helix stuurgroep in optimale positie te krijgen in de besluitvorming en welke onderlinge spelregels zijn daarvoor nodig?’. De voornaamste conclusie bleek dat het verstandig zou zijn om een aantal zaken te formaliseren. Ook al is er op dit moment sprake van een goede informele samenwerking.

Deelsessie 2: rol en positie van gemeenteraden en staten en besluitvorming
De tweede deelsessie ging over de ‘Rol en positie van gemeenteraden en staten en besluitvorming’. De Regio Deal is van de regio, maar de gemeenteraden en provinciale staten hebben een wettelijke controlerende taak. Hoe zorgen we ervoor dat zij die cruciale rol goed kunnen uitoefenen? De deelnemers kwamen met de suggestie om expertise van buiten te betrekken, bijvoorbeeld in de vorm van een onafhankelijke adviesraad.

Deelsessie 3: Denkkader voor monitoring en bijsturing
De experts van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) organiseerden deelsessie #3. Vanuit het parallelle traject Brede Welvaart, presenteerden zij het denkkader voor monitoring en bijsturing. De regio’s werden uitgedaagd om zelf met het denkkader aan de slag te gaan en hun activiteiten nog scherper af te wegen.

Op weg naar de derde RD labsessie!
Met de feedback en input uit de afgelopen labsessie in het achterhoofd is het consortium vol enthousiasme bezig met de voorbereiding van RD labsessie #3 die op 23 januari 2020 zal worden gehouden. De partijen nemen ook de aangegeven voorkeur voor het volgende thema in overweging: ‘Duurzaam vliegwiel voor regionale samenwerking’.



 

Rapport over de toekomst en rol van AI in veiligheid nu openbaar

Het onderzoek naar de toekomst en rol van AI in veiligheid, dat 6 Birchers uitvoerden in opdracht voor het Data Science Initiative van de gemeente Den Haag, is gepubliceerd. De volledige analyse is terug te lezen in het rapport ‘Artificial Intelligence in safety and security’.

Het rapport geeft inzicht in de mogelijkheden en oplossingen die AI kan bieden op het gebied van cyber-, fysieke en politieke veiligheid. Denk aan technologieën als beeldherkenning, machine learning om malware te detecteren, taalverwerking en interactieve systemen. Ook laat het zien wat AI kan betekenen voor het innovatie-ecosysteem van Den Haag en omgeving. Het rapport wordt gebruikt bij agendavorming rondom het thema AI & veiligheid, zowel door de gemeente Den Haag als door ander partijen.

De Nederlandse AI coalitie
Zo ook door de Nederlandse AI coalitie: een initiatief van 65 bedrijven, maatschappelijke organisaties en onderzoeksinstellingen, waaronder VNO-NCW, MKB-Nederland, het ministerie van EZK, TNO, Philips, Ahold Delhaize en IBM. Doel van de coalitie is om de kansen van AI optimaal te benutten – waarbij ook oog is voor publieke waarden, grondrechten en de menselijke kant van AI – en Nederland een grote speler te maken op dit gebied. De Nederlandse AI coalitie refereert hierbij onder andere aan het onderzoek van Birch.

Lees hier het volledige rapport ‘Artificial Intelligence in safety and security’

Birch verzorgt vooronderzoek over praktijkgericht onderzoek aan hogescholen

Hoe ziet de toekomst van het praktijkgericht onderzoek aan hogescholen eruit? Met deze vraag zijn het ministerie van OCW, het Regieorgaan SIA en de Vereniging Hogescholen aan de slag gegaan. In een verkenningsonderzoek presenteren ze nu hun eerste bevindingen, waarvoor Birch het vooronderzoek verrichtte.

De verkenning vormt input voor de nieuwe strategische agenda hoger onderwijs. De verkenningspublicatie, ‘De stand van Praktijkgericht Onderzoek in Nederland’, bestaat in totaal uit drie onderdelen: een rapport, een toekomstvisie en een aantal versnellingsmogelijkheden.

Lees hier de publicaties:

Birch: De stand van praktijkgericht onderzoek

Verkenning praktijkgericht onderzoek 2019


Vooronderzoek door Birch
Birch werd gevraagd te onderzoeken wat de huidige stand van zaken is van het praktijkgericht onderzoek in het hbo. De afgelopen jaren is dit type onderzoek namelijk stevig uitgebouwd. Wat lag hieraan ten grondslag? En wat is de maatschappelijke impact? Met deze vragen en meer ging Birch aan de slag. Het resultaat is een rapport waarin de bevindingen objectief en grondig in kaart zijn gebracht.

Toekomstbeeld
Dit rapport was voor het ministerie van OCW, het Regieorgaan SIA en de Vereniging Hogescholen vervolgens de basis voor het schrijven van een toekomstbeeld voor het praktijkgericht onderzoek. In dat beeld staan twee ambities centraal:

  • In de toekomst is praktijkgericht onderzoek aan hogescholen volwaardig geïntegreerd in ons (regionale, nationale en internationale) kennisecosysteem; en
  • Hogescholen zijn toegerust op hun rol, met duurzame en effectieve onderzoeksgroepen.

Tot slot biedt de publicatie een aantal versnellingsopties, waarin mogelijkheden worden geschetst die kunnen bijdragen aan de (snellere) overgang van de huidige situatie naar het toekomstbeeld.

Input voor beleidsontwikkeling
De verkenning is tot stand gekomen als gevolg van een afspraak uit het sectorakkoord dat de Vereniging Hogescholen in 2018 sloot met minister Van Engelshoven. De studie dient als input voor de Strategische agenda hoger onderwijs en onderzoek van het ministerie van OCW, welke begin december 2019 verschijnt. Ook gebruiken Regieorgaan SIA en de Vereniging Hogescholen de inzichten voor hun beleidsontwikkeling.